Wie verspilling van EU-geld wil zien, kan goed terecht in Hongarije

Een schildpaddenmuseum dat nog geen dag open is geweest, een uitkijktoren van 11 centimeter hoog en een fietspad dat te gevaarlijk is om over te fietsen. Negen voorbeelden van nutteloze EU-projecten.

Dit artikel is eerder verschenen in Het Financieele Dagblad van 22 juli.

De woede was groot in mei, toen bleek dat de Europese Commissie de steun aan Oost-Europa voor de begrotingsperiode 2021-2027 wil verlagen met €30 mrd. Vooral Polen en Hongarije klagen steen en been en vermoeden een nieuwe poging van Brussel om hen op de knieën te dwingen in Europese strijdthema’s zoals immigratie en de voorwaarden voor een democratische rechtsstaat.

Toch heeft Brussel alle reden de EU-subsidies aan Oost-Europese landen onder de loep te nemen. Niet alleen omdat het vertrek van de Britten noodzaakt tot bezuinigen, maar ook omdat er talloze berichten zijn over corruptie, fraude en deels of geheel mislukte EU-projecten. Vooral in Hongarije — per hoofd van de bevolking de grootste netto-ontvanger van EU-geld — zijn er opvallend veel van dit soort berichten.

Het bekendste Hongaarse voorbeeld van mismanagement met EU-geld is een spoorlijn bij de stad Felcsút, waar premier Viktor Orbán is opgegroeid. Het project, waar de EU €2 mln in investeerde, wordt gekscherend zijn privélijntje genoemd, omdat er nauwelijks gebruikt van wordt gemaakt. De meeste mensen vinden het in ieder geval weggegooid geld.

Viktor Orban, Foto Wikipedia

Maar het is zeker niet het enige project waar een luchtje aan zit. Er zijn hele grote, honderden miljoenen euro’s kostende, projecten waar Olaf, het antifraudebureau van de EU, de verdenking heeft uitgesproken dat EU-middelen in verkeerde zakken zijn beland. Het gaat dan bijvoorbeeld om de metro in Boedapest en verschillende straatverlichtingsprojecten. En er zijn ook talrijke kleine projecten waar het niet zozeer de corruptie is die in het oog springt, maar vooral de nutteloosheid ervan. Het FD besloot deze zomer zelf poolshoogte te nemen, en reisde anderhalve week door het oosten van Hongarije en vond tal van dit soort kleine projecten die op zijn minst dubieus te noemen zijn. Een overzicht.

1. Bobkart, Berettyóújfalu. Kosten: €2,4 mln, waarvan €1,6 mln van de EU

Hendel naar voren en karren maar. Hoe verder de hendel naar voren wordt gedrukt, des te sneller gaat het, wat nog best eng is zonder helm en gordel. De ‘bobkart’ in Berettyóújfalu is geen speelgoed voor kinderen. Het personeel reageert verrast als iemand zich meldt voor een ritje, wat ook geen wonder is want de baan is amper te vinden, zelfs niet in een stadje met amper 15.000 inwoners. Er zijn geen borden die ernaartoe wijzen, en zelfs als je er vlakbij bent, moet je goed zoeken.

De bobbaan ligt verstopt achter het lokale voetbalstadion en een door de EU gesponsorde sporthal. Andere attracties zijn er niet, afgezien van een kleine klimmuur en een piratenschip voor kinderen die beide zo te zien zelden worden gebruikt. Zelfs de dorpsbewoners gebruiken de bobbaan vrijwel nooit, laat staan toeristen. Volgens lokale media waren er in 2017 slechts een paar duizend bezoekers. Veel te weinig voor een investering van €2,4 mln, waarvan de EU twee derde voor zijn rekening nam. Voor de drie man personeel moet het ergste worden gevreesd.

Bobkartbaan, Foto MK

2. Fietstoren van Tiszafüred. Kosten: €3,7 mln, waarvan €1,6 mln van de EU

Honderd kilometer ten westen van Berettyóújfalu stroomt een van de mooiste rivieren van Hongarije, de Tisza die van noord naar zuid door het land kronkelt. Voor Hongaarse EU-subsidieaanvragers is deze rivier een grote bron van inspiratie, zo blijkt, want er zijn tientallen EU-projecten langs de oevers te vinden. Maar of die projecten ook altijd voldoen aan het doel, het bevorderen van toerisme, daar twijfelen zelfs de Hongaren aan.

Een goed voorbeeld is de uitkijktoren voor fietsers in het dorp Tiszafüred. De bedoeling is dat je vanaf de top de rivier kunt zien en het gelijknamige Tisza-meer. Maar veel te zien valt er niet, zeker nu de bovenste verdieping is gesloten. Een Pepsi-reclamezuil, een spoorlijn en een vrij rommelig bedrijventerrein domineren het uitzicht.

Het meest lachwekkend is dat het fietspad dat om het gebouw omhoog cirkelt verboden is om op te fietsen omdat dat te gevaarlijk is. Binnen staan de meeste kantoor- en winkelruimtes leeg. Er is wel een café op de bovenste verdieping, maar dat is gesloten. De enige activiteit is een fietswinkel op de begane grond.

Saillant detail is dat Deszö Kékessy de grootste profiteur is van wat het project Tisza-Tó heet. Hij is een prominent lid van regeringspartij Fidesz en vriend van premier Orbán. Kékessy is naast de fietstoren voor nog verschillende andere projecten verantwoordelijk rond het Tisza-meer. Ook hier met financiële steun van de EU.

Fietstoren, Foto MK

3. Het Rakamaz-schildpaddenhuis. Kosten: €2,6 mln, waarvan €1,7 mln van de EU

Bijna nog merkwaardiger dan de fietstoren is, een stuk stroomopwaarts, het schildpaddenmuseum in Rakamaz. Deze stad hoeft zich over een gebrek aan toeristen niet te beklagen, wat Rakamaz te danken heeft aan de rivier en de uitstekende regionale Tokaj-wijnen. Maar of het museum bijdraagt aan het toerisme valt te betwijfelen.

Het museum, in de vorm van een schildpad, ligt tegenover de camping en is al een tijdje gesloten, vertelt een schoonmaker aan de deur. Het schijnt iets te maken te hebben met fouten bij de bouw. Bovendien achtervolgen beschuldigingen van corruptie en mismanagement de oud-burgemeester van Rakamaz. Hongaarse media berichtten dat er een kwart miljoen euro zoek is bij het project, waaraan de EU €1,7 mln uitgaf.

Doordat er toevallig een deur openstaat kunnen we een blik naar binnen werpen, maar veel te zien valt er niet. Een ronde ruimte met één vitrine waarin een paar poppen staan die Hongaarse oerbewoners moeten voorstellen. Verder een paar aquaria. De kans dat dit ooit een toeristische trekpleister wordt, is volgens de campingbezitter nihil en nog kleiner is de kans dat het museum zichzelf ooit zal kunnen bedruipen.

Het schildpaddenmuseum, Foto MK

4. 11 centimeter hoge uitkijktoren in Bodrogkeresztúr. Kosten: €125.000, betaald met EU-geld

Slechts een dorp verderop in het piepkleine Bodrogkeresztúr moet volgens Hongaarse media een uitkijktoren staan waar heel Hongarije om moet lachen omdat de bouw ervan stokte bij 40 centimeter. Hem vinden is nog een hele klus. Na het hele dorp te hebben afgekamd, geen toren te bekennen. Misschien ook niet zo vreemd, want de in 2007 gebouwde toren is in tegenstelling tot de mediaberichten nóg kleiner uitgevallen: er staat alleen een basis, die niet hoger reikt dan 11 centimeter. Volgens de burgemeester was er voor meer geen geld. In de volksmond geldt de toren van Bodrogkeresztúr als een van de grootste flauwekulprojecten ooit.

5. De poort van Hegyalja in Szerencs. Kosten: €320.000, waarvan de EU €302.000 voor zijn rekening nam

De poort van Hegyalja op zo’n 10 kilometer afstand is zeker niet klein, maar ook niet mooi. Een wanstaltig apparaat aan de toegangsweg naar het dorpje Szerencs, althans volgens twee mannen die op de veranda van hun huis zitten. ‘Pure geldverspilling’, zegt een van hen. ‘We hadden het geld beter kunnen besteden aan promotie van onze Tokaj-wijnen’, zegt de ander. De burgemeester schijnt echter niets te willen weten van een mislukt project. Hij heeft de investering verdedigd met het argument dat de Hegyala-poort de stad maar €8000 heeft gekost, de rest kwam van de EU.

De Hegyalja poort, Foto MK

6. Kisvárda, een vismeer voor €2,1 mln en talloze andere EU-projecten

In Hongarije kun je voor je gevoel geen tien minuten rijden zonder een bord tegen te komen voor een of ander EU-project, maar in de gemeente Kisvárda, in het uiterste noordoosten van het land, is het wel heel extreem. Daar struikel je erover. Veel van die projecten vallen onder het nationale Széchenyi-programma, waar enorme EU-bedragen in omgaan.

n Kisvárda betreft het bijvoorbeeld een nieuw stadion, een voetbalacademie, een kuuroord en een atletiekcentrum. Het meest ambitieuze project is de ontwikkeling van het Rétközi-meer, ongeveer 10 kilometer buiten de stad. Het moet een paradijs worden voor vissers en andere toeristen. Volgens de plannen komt er een waterfilmstudio en een huis bij de entree dat op zijn kop staat. Maar nu is er alleen nog een gloednieuwe weg die doodloopt in het meer. Voor een gemeente met 17.000 inwoners lijkt het allemaal een beetje veel van het goede.

Het vismeer bij Kisvarda, Foto MK

7. Het natuurcentrum in Gébérjen. Kosten: €960.000 van de EU

Waar is al dat geld gebleven? Dat is de eerste gedachte die je krijgt bij het Holt-Szamos ecotoeristische centrum van Gébérjen. Volgens de omschrijving is het de bedoeling dat mensen hier een uniek inzicht krijgen in de ecologie van een moerasgebied in een van de armen van de rivier de Someș. Op zich een nobel streven, maar niet erg geslaagd.

Het natuurpad begint bij een kapotte molen en is al snel overwoekerd. Het enige wat goed onderhouden is op het terrein zijn een fruitkwekerij, een begraafplaats en een schoolgebouw. Het meest curieus is de familie Shrek die onderweg plots opduikt, inclusief de boosaardige lord Farquaad, gelaarsde kat, ezel en draak. Misschien dat de investering van €960.000 daaraan is opgegaan. Wat wel een voordeel is van de verwaarlozing, is dat hardcore natuurliefhebbers het rijk voor zich alleen hebben. Andere toeristen komen hier namelijk niet.

Shrek en family langs het natuurpad, Foto MK

8. De 11 torens van Tyukod. Kosten: €845.000, betaald met EU-geld

Misschien nog wel het meest waanzinnige EU-project ooit, is te vinden in het 2000 zielen tellende dorp Tyukod vlak bij de grens met Oekraïne en Roemenië. Het bestaat uit elf uitkijktorens van ieder exact 11,5 meter hoog. De grote vraag is waarom elf, en niet een. Het antwoord is even simpel als ontnuchterend. Hoe meer torens, hoe meer geld. Een ander reden is niet herkenbaar.

De inwoners van Tyukod ontvingen €80.000 per stuk. Kwade tongen beweren dat er bovendien flink is gesjoemeld met de kwaliteit van het hout, wat de winstmarges extra heeft verhoogd. Volgens lokale media is de lokale bibliothecaris er het best uitgesprongen met een zakcentje van €77.000.

Dat de inwoners het verder weinig interesseert wat er in de toekomst met de torens gebeurt, blijkt snel genoeg. De eerste toren die we weten op te sporen is nog in redelijke staat, maar een tweede, iets oudere, op nog geen 200 meter afstand, is al behoorlijk in verval. En dat terwijl het leeftijdsverschil met de andere toren maar een paar jaar is.

De uitkijktoren is bovendien amper te bereiken vanwege een eikenboomplantage die eromheen is aangelegd, inclusief hoog hek. Wie de deur weet te vinden, zich een weg door de plantage worstelt, en de trap opklimt, krijgt uitzicht op grasland, een varkensboer, een kanaal, verschillende boomplantages en natuurlijk de volgende uitkijktoren. In de EU-subsidievoorwaarden, die voor alle torens hetzelfde zijn, staat dat er ook een écht bos zichtbaar moet zijn, maar daar is niets van te zien.

Een van de elf uitkijktorens in Tyukod, Foto MK

9. Filmhistorisch museum van Ózd. Kosten: €8 mln, waarvan €5,2 mln betaald door de EU

De transformatie van een oude staalfabriek in Ózd tot een museum voor nationale filmgeschiedenis heeft op zich nog wel iets sympathieks. Het heeft wat weg van andere industriële vastgoedprojecten in Europa waar de kolen- en staalindustrie is verdwenen, zoals in het Ruhrgebied. Volgens de museumgids werkten er in de staalfabriek van Ózd ooit 11.000 mensen, tot deze gesloten in 1992. ‘Dat heeft deze stad en regio zwaar geraakt, en we zijn daarom dolblij met hulp van de EU’, vertelt ze.

Het probleem is de bezoekers. In het museum kun je je verkleden en een korte scène naspelen in een Hongaarse film. Verder zijn er een paar filmsets nagebouwd en er is een karretje waarmee je vanaf de balustrade naar beneden kunt roetsjen. Kinderen kunnen zich er vermaken met een tijdelijk ter beschikking gestelde legoverzameling. Maar het is onvoldoende om veel toeristen naar deze afgelegen regio te lokken. Hoe ze dat willen oplossen in dit vrij dure EU-project, is vooralsnog een raadsel. Datzelfde geldt overigens ook voor een tweede museum op het terrein en een evenementencentrum, die volgens borden langs de weg ook zijn medegefinancierd door de EU.

Hongaarse filmset, Foto MK

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s