‘Al het laaghangende fruit is nu wel geplukt in Polen’

Het is een fantastisch uitzicht dat IMF-econoom Bas Bakker heeft over het centrum van Warschau. Recht naar voren kijkt hij uit op het door de Russen heropgebouwde centrum, de rivier de Wisla en het futuristische nationale voetbalstadion. Links en rechts rijzen enorme glazen kantoor-, hotel- en appartementencomplexen de grond uit. Het is het moderne Polen, een toonbeeld van kracht en vooruitgang, een modelvoorbeeld van hoe een communistisch land in relatief korte tijd kan worden omgeturnd.

Dit artikel stond eerder in Het Financieele Dagblad van 15 juni: krant-20160615-0-006-035

Uitzicht over Warschau vanuit het Kulturpalast, Foto MK

Uitzicht over Warschau vanuit het Kulturpalast, Foto MK

Om aan te geven hoe goed Polen het gedaan heeft in verhouding tot andere Oost-Europese landen pakt Bakker zijn telefoon erbij. Daarop nachtelijke satellietfoto’s uit 1992 en 2012 van Polen en buurland Oekraïne. In Polen zijn gedurende die periode de lichten letterlijk aangegaan, in de Oekraïne is het alleen maar donkerder geworden.

Maar wat zegt dit over de toekomst? Polen heeft een nieuwe regering die in binnen- en buitenland op veel weerstand stoot. Zij zou ondemocratisch zijn, reactionair en onliberaal. Polen dreigt volgens critici terug in de tijd te worden geworpen.

Meneer Bakker, hebben de critici gelijk?

‘Als IMF geven wij nooit commentaar op de politieke situatie – niet in Polen, en niet in andere landen.  Wij zeggen alleen iets over het economisch beleid.  En daar zien we een aantal zorgpunten.

Polen heeft tussen 1989 en nu een heel redelijk macro-economisch beleid gevoerd. Op momenten dat het slecht ging werd de groei gestimuleerd, maar als het goed ging werd  het tekort teruggedrongen. Een klassiek anticyclische beleid dus, dat erg goed heeft uitgepakt.

Maar deze regering doet het omgekeerde. De plannen om het begrotingstekort naar 1 procent terug te dringen zijn op de lange baan geschoven.  Ze hebben allerlei dure maatregelen aangekondigd zoals een verhoging van de kinderbijslag, een verlaging van de belastingvrije som en een lagere pensioenleeftijd. In 2016 zullen de effecten daarvan nog meevallen, maar in 2017 kan het begrotingstekort tot ruim boven de 3 procent oplopen, en dat terwijl er macro-economisch geen reden voor is. Polen groeit namelijk al met 3,5%, en de werkloosheid zakt met anderhalf punt per jaar. Polen zou er verstandig aan doen het tekort terug te dringen, om meer ruimte te hebben als het slechter gaat, en om  geld te sparen voor later als het te maken krijgt met een hoge mate van vergrijzing.

March of the presidents, demonstratie in Warschau tegen regering

‘March of the presidents’, demonstratie in Warschau tegen de PiS-regering, Foto MK

Daarnaast maken wij ons zorgen over de gevolgen van nieuwe overheidsmaatregelen voor de banksector. Eerder dit jaar werd een belasting op de activa van banken ingevoerd, die waarschijnlijk de kredietverlening afremt.  Daarnaast  is er een probleem met hypotheken in Zwitserse franken. Die verstrekten de banken in  het verleden toen de rente in Zwitserland veel lager was dan die in Polen. Het leek een goedkope vorm van lening, maar omdat de Zwitserse frank zo sterk gestegen is, is de waarde van de hypotheken in zlotys sterk toegenomen, met grote verliezen voor huishoudens tot gevolg. De overheid wil dat de banken hun daar nu voor compenseren door de leningen om te zetten in zlotys tegen een wisselkoers van jaren geleden. Dat klinkt sympathiek, maar het kost de banken wel zes keer hun gemiddelde jaarwinst. Dat zou grote gevolgen hebben voor de banksector, de  kredietverlening en de hele economie. Wij hebben daarom ten strengste geadviseerd dit plan niet uit te voeren.’

V: U noemt nu vooral economische beleidswijzigingen als bron van zorg. Maar zoals gezegd veel mensen denken dat deze regering de economie ook schaadt door hervormingen met een antidemocratisch trekje.

Een paar jaar geleden schreven buitenlandse kranten veel over hoe goed het met de economie ging in Polen. Economisch gezien gaat het nog steeds goed, maar nu staan de media bol van kritiek over de plannen van de regering om het Grondwettelijk Hof te hervormen; de mediawet te herzien, etc.  Geheel daargelaten of die kritiek nu wel of niet terecht is; de veranderde toon van de berichtgeving heeft het imago van Polen natuurlijk niet geholpen, en dat kan neerslaan in lagere buitenlandse investeringen.

V: Er zijn nogal wat mensen die negatief zijn over de uitbreiding van de EU naar het oosten, onder andere Polen. Hoe ziet u dat?

‘De Europese Unie is om twee redenen belangrijk geweest voor Centraal-Europa. Ten eerste was het vooruitzicht van EU-lidmaatschap een belangrijke drijfveer om economische en institutionele hervormingen door te voeren. Dat heeft geleid tot betere wet- en regelgeving en beter functionerende  economieën. Daarnaast heeft het EU-lidmaatschap gezorgd voor nieuwe afzetmarkten en buitenlandse investeringen. Beide zaken hebben een zeer positief effect gehad op de economieën van alle landen die nu lid zijn van de EU, en het is een effect dat landen als de Oekraïne of Macedonië hebben moeten ontberen.’

Bas Bakker in zijn bureau in Warschau, Foto MK

Bas Bakker in zijn bureau in Warschau, Foto MK

V: En wat is het belang geweest van de EU-steunfondsen voor de groei in Oost-Europa?

‘Die zijn zeker nuttig geweest, maar van ondergeschikt belang als je het afzet tegen betere wet- en regelgeving en een betere aansluiting op de wereldmarkt.’

V: Binnen Centraal-Europese EU-lidstaten zag je gedurende de kredietcrisis van 2009-2011 grote verschillen. Polen bleef doorgroeien terwijl in bijvoorbeeld de Baltische landen een diepe recessie uitbrak. Hoe kwam dat?

‘Dat heeft veel met de wisselkoers te maken. De landen met een flexibele wisselkoers (zoals Polen en  Tsjechië,) konden hun wisselkoers laten stijgen in de jaren voor de crisis en hadden daardoor  veel minder last van oververhitting. Daarnaast konden ze hun wisselkoers laten zakken toen de crisis kwam, wat hielp om de schok te absorberen.  De landen met een vaste wisselkoers (Baltische landen en Bulgarije) konden dat niet en kenden daardoor een klassiek “boom-bust” scenario, zoals we ook in Spanje en Ierland hebben gezien, gekenmerkt door hoge groei voor de crisis en een diepe recessie erna.’

V: Zegt u daarmee dat landen als Polen en Tsjechië beter niet tot de euro kunnen toetreden en dat het voor Letland, Estland. Litouwen en Slowakije onverstandig was?

‘Nee dat kun je zo niet zeggen. Voor landen met eenzelfde businesscyclus en ongeveer dezelfde inkomensontwikkeling kan een muntunie wel degelijk voordelen hebben.  Nederland en Duitsland hebben bijvoorbeeld duidelijk baat dezelfde munt te  hebben. Voorwaarde is wel dat het verlies aan monetaire beleidsinstrumenten moet worden gecompenseerd door andere instrumenten, zoals een anticyclisch begrotingsbeleid, en een voldoende flexibele economie.’

V: Welke Centraal-Europese landen voldoen aan die voorwaarde?

In Centraal Europa zijn Polen en Tsjechië het meest geconvergeerd met West-Europa. Maar beide landen hebben weinig interesse om in de nabije toekomst toe te treden. ’

V: Stel de Poolse regering doet wat het IMF van haar vraagt en gaat net als zijn voorgangers over tot een meer anticyclisch beleid, kan dit land dan de groeiparel van Europa blijven?

‘De lange-termijngroei in een land wordt bepaald door twee factoren: de groei van de arbeidsproductiviteit en de groei van de beroepsbevolking.. De productiviteit is sterk omhoog gegaan sinds het eind van het communisme, maar het laaghangend fruit is nu wel geplukt. De jaarlijkse productiviteitsgroei is daardoor nu al veel lager dan tien jaar geleden.

Op het gebied van de demografie heeft Polen een probleem. Het land telt niet alleen weinig kinderen, er zijn ook veel jonge mensen die wegtrekken, en de babyboomers gaan met pensioen. De beroepsbevolking neemt daardoor nu al af met 1% per jaar af, en de komende decennia blijft die daling doorgaan.

Nou valt dat op korte termijn nog wel te compenseren met een hogere arbeidsparticipatie en afname van de werkloosheid, maar groeipercentages van 3% of meer zullen op den duur niet meer haalbaar zijn. En juist daarom is het van belang dat de overheid  zich daarop voorbereidt. Een solide begrotingsbeleid helpt daar natuurlijk bij. Maar maatregelen om te zorgen dat de arbeidsparticipatie verder stijgt, zijn ook belangrijk. Daarvoor moet de pensioenleeftijd omhoog, en niet omlaag zoals deze regering voorstelt. En een grotere deelname van vrouwen aan het arbeidsproces zou ook welkom zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s