Voor Nederlandse ondernemers is Roemenië een groeimachine

Veel Nederlanders denken bij Roemenië aan armoede, criminaliteit en corruptie en zien het land niet als volwaardig lid van de Europese Unie. Nederlandse ondernemers begrijpen hier niets van. Voor hen is het qua inwoners zevende EU-land een groeimachine waar ze graag zaken doen. De relatief lage lonen spelen een rol, maar niet alleen. ‘Roemenen zijn ook hoogopgeleid, ambitieus en spreken hun talen.’

Dit artikel is eerder verschenen in Het Financieele Dagblad van 14 mei: krant-20160514-0-004-070

Hoe populair Roemenië is onder Nederlandse ondernemers blijkt duidelijk tijdens de Orange Night van de Nederlands-Roemeense Kamer van Koophandel (NRCC) die onlangs werd gehouden in het Hilton-hotel in Boekarest. Honderden mensen hadden zich verzameld om Koningsdag te vieren, ‘en het worden er elk jaar meer’, constateert NRCC-voorzitter Sebastiaan van Hese tevreden.

De gasten komen volgens de man die in het dagelijks leven directeur is van Fokker Engineering in Roemenië uit alle hoeken van het bedrijfsleven: van kleine ondernemers met slechts een paar mensen in dienst tot managers van multinationals en hun klanten en natuurlijk een heleboel gewone werknemers.

George Baker

De stemming is opperbest, en waarom ook niet. Het Heineken-bier smaakt lekker, net als de bitterballen en de haring. En aan het einde van de avond, als George Baker de eerste strofe zingt van ‘Una Paloma Blanca’, gaan de voetjes van de vloer en gaan de in oranje gehulde gasten in polonaise door de hotellobby. Maar de belangrijkste reden voor de vrolijkheid zijn natuurlijk de financiële resultaten.

George Baker

George Baker tijdens de Orange Night

Video: https://www.facebook.com/NRCC.ro/

‘Voor somberen hebben we hier inderdaad geen reden’, zegt Herman Wierenga van ict-bedrijf Ortec. ‘Roemenië heeft voor ons de afgelopen jaren fantastische resultaten opgeleverd.’ Wierenga begon in Roemenië in 2008, een jaar na de toetreding tot de EU met een handjevol mensen. Daarna ging het hard met jaarlijkse groeipercentages van 30% tot 40%. Nu staat er een volwassen organisatie met 120 mensen.

Over groei heeft Roemenië niet te klagen. Het IMF verhoogde zijn prognose voor 2016 in april nog van 3,9% naar 4,2%. Dat is ruim het dubbele van het EU-gemiddelde van 2%. En ook volgend jaar zet de positieve trend zich volgens het IMF door met 3,6% groei. De Wereldbank komt tot gelijke voorspellingen, maar waarschuwt wel voor excessieve loonstijgingen in de publieke sector, vooral in aanloop naar de parlementsverkiezingen eind dit jaar.

Corruptie

En de corruptie, heeft Wierenga daar dan geen last van? ‘Natuurlijk is er hier corruptie’, zo zegt Wierenga. ‘Dat valt niet te ontkennen. Maar zo lang je geen zaken doet met de publieke sector heb je er als bedrijf weinig last van.’ Ortec wordt volgens hem hoogstens beperkt in zijn mogelijkheden. Zo is de gezondheidssector in Nederland bijvoorbeeld een belangrijke klant, maar geldt dat voor Roemenië niet. ‘Dat is ons voorlopig te riskant.’ Voorlopig, want zo zegt Wierenga: ‘Wat ze in Nederland ook mogen denken over Roemenië en de EU, de situatie is sinds het land lid werd in 2007 wel degelijk verbeterd.’

Pieter Smit, Roemenië-directeur van het elektrotechnisch bedrijf Alewijnse, ziet dat net zo. Hij is al sinds 1992 in Roemenië en heeft het land in een noodtempo zien veranderen. ‘In het begin was hier echt nog niks, en nu is ons bedrijf in Galati een van de grootste onderdelen van de Alewijnse Groep.’

Dat wil niet zeggen dat Roemenië geen tekortkomingen heeft. ‘Dit land is rijk. Écht, geloof me. De human resources zijn fantastisch, de ligging is gunstig en het land vruchtbaar. Maar waar het wel aan schort is een goed openbaar bestuur.’

Dure auto’s

Smit kijkt bijvoorbeeld telkens weer met verbazing naar de slechte wegen, waar steeds meer dure auto’s overheen rijden. ‘Als ze nou gewoon de belasting op die auto’s iets verhogen en tegelijkertijd de wegen verbeteren, dan is iedereen tevreden, maar daar komen ze niet op.’

De Nederlandse ambassadeur Stella Ronner-Grubacic ziet vooral kansen voor het bedrijfsleven. Volgens haar zijn er nu 4800 in Nederland gevestigde bedrijven actief in Roemenië en kunnen er nog best een paar bij. ‘Dit land heeft veel te bieden. Natuurlijk zijn er de lage lonen, maar niet alleen. De energiekosten zijn ook laag, de grond goedkoop en de geografische ligging gunstig. Bovendien zijn Roemenen — in tegenstelling tot wat we misschien in Nederland denken — relatief goed opgeleid, spreken hun talen en zijn erg ambitieus.’

Dat het Roemeense openbaar bestuur doortrokken is van corruptie valt helaas niet te ontkennen. Het gaat van lage beambten in de provincie tot burgemeesters, parlementsleden en ministers. Van de 588 parlementariërs die in 2012 verkozen zijn er meer dan 80 verdacht van corruptie. Zelfs oud-premier Victor Ponta wordt vervolgd door justitie. Positief is dat het aantal rechtszaken aangeeft dat er in ieder geval iets tegen gedaan wordt. Negatief is dat jonge intelligente Roemenen zich het liefst ver van de politiek houden. ‘Logisch, maar voor een frisse wind zou het beter zijn als juist zij zich politiek zouden engageren’, zegt een Nederlandse ondernemer.

Lage lonen

Het zijn precies de factoren die ook voor Ortec van belang zijn, vertelt Wierenga. ‘Wij hebben ons hier aanvankelijk gevestigd met het idee de interne markt te veroveren, maar inmiddels is ons werkgebied veel groter.’ Ortec heeft namelijk klanten overal in Oost- en Zuid-Europa van Rusland tot Spanje en van Italië tot Griekenland. Dat de lonen in Roemenië wat lager liggen dan in Nederland is daarbij volgens hem van doorslaggevend belang. ‘Stel, Ortec dingt mee naar een opdracht in Italië of Spanje. Onze Nederlandse vestiging valt dan al snel af omdat die te duur is, maar vanuit Boekarest gaat dat uitstekend ook omdat Roemenen vloeiend Spaans, Italiaans, Engels en Russisch spreken.’

Mensen moeten volgens Wierenga overigens niet denken dat Roemeense informatici en programmeurs slecht betaald worden. ‘De lonen liggen weliswaar lager dan in Nederland, maar ze behoren in Roemenië tot de hoogste van het land.’ Meteen na toetreding tot de EU ging het hard. Wierenga: ‘Mensen gingen er destijds bij voorbaat vanuit dat ze elk jaar 20% tot 30% meer zouden gaan verdienen, en dat was ook realistisch want het aantal ict-ers was schaars.’ En dat is tot op de dag van vandaag zo, mede omdat steeds meer buitenlandse ict-bedrijven naar Roemenië komen.

De schaarste en daarmee de loonstijging, wordt overigens wel tegengegaan door de invoering van een belastingvoordeel voor alle ict-ers, wat er toe heeft geleid dat meer mensen opleidingen in die richting volgen en ook dat minder Roemeense ict-ers naar het buitenland vertrekken.

Gulfstream 650

Luchtvaartingenieurs

Ook bij Fokker is slechte betaling uit den boze. Manager Van Hese: ‘Dat kunnen we ons niet veroorloven, want de concurrentie om talent is groot.’ En talent is wat hij nodig heeft, want zijn werknemers zijn geen fabrieksarbeiders, maar hoogopgeleide luchtvaartingenieurs. ‘Wij werken nu bijvoorbeeld aan het ontwerp van een nieuwe flap voor de Airbus 350 en zijn betrokken geweest bij de ontwikkeling van de staart van de Gulfstream 650 privéjet.’

De Roemeense ingenieurs doen volgens hem niet of nauwelijks onder voor hun Nederlandse collega’s. Een duidelijk bewijs daarvoor is dat meerdere van zijn werknemers inmiddels tekenbevoegdheid hebben voor ontwerpen van vliegtuigonderdelen. ‘Dat krijg je niet zomaar. Dat is alleen weggelegd voor hele ervaren en betrouwbare ingenieurs.’

Rijke historie

En hoe komt het dat die Roemenen zo goed zijn opgeleid? ‘Mensen in Nederland beseffen dat niet, maar Roemenië heeft een rijke geschiedenis in de luchtvaart. Net als Nederland hadden zij met Aurel Vlaicu een luchtvaartpionier die in hetzelfde jaar als Anthony Fokker een gemotoriseerd vliegtuig ontwikkelde. Daarnaast was Roemenië tijdens het communisme een centrum van de Oost-Europese vliegtuigbouw.’

Logisch dus dat er ook goede opleidingen zijn voor luchtvaarttechnologie. ‘Theoretisch zijn de studenten hier net zo goed ontwikkeld als iemand van de TU Delft. Het enige waar het aan ontbreekt is praktijkervaring’, zegt Van Hese. Scholen en universiteiten zijn volgens hem sterk klassikaal opgezet. Practica en stages kennen ze nauwelijks en ook het eigen initiatief wordt te weinig gestimuleerd.

Vliegtuigpionier Aurel Vlaicu

Vliegtuigpionier Aurel Vlaicu

Richting Nederland

En als de Roemenen dan zo goedkoop zijn en ook nog redelijk goed opgeleid, bestaat dan niet het gevaar dat er inderdaad hordes Roemenen richting Nederland komen? Ronner-Grubacic vindt dit een overdreven angst. ‘De grote stroom is uitgebleven sinds het vrije personenverkeer. Er zijn hoogstens 30.000 Roemenen gekomen.’

Net als in de scheepsbouw maakt ook Alewijnse af en toe gebruik van Roemeense werknemers in Nederland. Maar dat het hiermee de arbeidsmarkt voor ‘autochtone Nederlanders’ zou verzieken, daar wil ceo Dick Alewijnse niets van weten. Ten eerste heeft hij de Roemenen gewoon nodig omdat er in Nederland een tekort aan vaklui is. En ten tweede worden de Roemenen hetzelfde behandeld als de Nederlanders.

Galati

Overigens maakt de scheepsbouw meer gebruik van Roemeense vaklui in het land zelf. Tot tevredenheid van Ronner-Grubacic, zij draagt de Nederlandse scheepsbouwers die met een cluster vertegenwoordigd zijn in de Roemeense stad Galati een warm hart toe. Volgens haar is hier sprake van een klassieke win-winsituatie. De scheepsbouwers hebben een nieuwe impuls gegeven aan de haven van Galati, wat dus goed is voor Roemenië. Maar ook Nederland profiteert, want de goedkopere productiemogelijkheden helpen de Nederlandse scheepsindustrie concurrerend te zijn op de wereldmarkt.

Damen Shipyards is de King van de haven van Galati

Damen Shipyards heeft het voor het zeggen in de haven van Galati, Foto MK

Casus Scheepsbouw: Een oer-Hollands scheepscluster aan de Zwarte Zee

Afgezien van Boekarest is Roemenië een behoorlijk leeg land. Toch wil dat niet zeggen dat Nederlandse bedrijven alleen in de hoofdstad te vinden zijn. In het noorden rond de stad Cluj zitten bijvoorbeeld veel automobielbedrijven en agrariërs. Het belangrijke scheepsbouwcluster, met Damen Shipyards als spil, zit in Galati.

Nederlander van het eerste uur is Pieter Smit. Hij belandde in 1992 in Galati toen ‘er echt nog niks was’. Galati, een provinciestad aan de monding van de Donau, had net als veel andere Oost-Europese havens grote moeite de overgang naar het kapitalisme te overleven. En toch besloot Smit zich juist daar te vestigen. Eerst met een klein elektrotechnisch bedrijfje onder de naam Retec (The Romanian Electro Trade & Engineering Company). ‘Dat was echt pionieren met een handjevol mensen die van opdracht naar opdracht leefden’.

In 2009 veranderde dat. Het was het jaar dat Nederlands grootste scheepsbouwer, Damen Shipyards, besloot de scheepswerf van Galati in zijn geheel over te nemen.

Vanaf dat moment ging het snel, vertelt Smit. Met Damen Shipyards kwamen namelijk ook veel van hun vaste partners uit Nederland naar Galati. Alewijnse was er een van, en die nam het bedrijf van Smit grotendeels over.

Smit, die algemeen directeur werd, zag het bedrijf daarna in een noodtempo groeien van ongeveer 10 werknemers naar zo’n 500 man, die volgens ceo Dick Alewijnse goed zijn voor een omzet van circa €40mln.

Gloednieuwe fabriek van Alewijnse, foto: MK

Gloednieuwe fabriek van Alewijnse, foto MK

Alewijnse laat vanuit Nederland weten dat voor hem de investering in Roemenië een logisch gevolg was van de stap van Damen. ‘Damen is onze grootste opdrachtgever. Dus als zij besluiten ergens heen te gaan, dan is voor ons de keuze om te volgen snel gemaakt.’

En Alewijnse stond niet alleen. Op het gigantische haventerrein van Galati vallen de vlaggen van Damen als eerste op, maar al snel volgen ook andere namen als Den Breejen, Eekels, Helmers, Heinen & Hopman, Den Haan Rotterdam en DMT.

Damen geldt als het centrum van het cluster. Zij zijn verantwoordelijk voor het eindproduct en het casco. De anderen hebben allemaal een bepaalde functie bij de opbouw van het schip. Alewijnse is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de elektrotechnische uitrusting van de schepen, terwijl Den Haan zorgt voor de boordverlichting en DMT voor lieren, takels en katrollen.

Dat het cluster goed functioneert, blijkt uit de cijfers. In 2015 werd er nog een nieuw record geboekt met 25 opgeleverde schepen en ook nu liggen er weer zes joekels aan de kade die zo goed als af zijn: enkele sleepboten, een marineschip en twee echt grote jongens voor offshore platforms in Canada en Noorwegen. ‘We zullen het niveau van 2015 waarschijnlijk niet halen vanwege de crisis in de offshoresector, maar slecht zal het resultaat ook niet zijn’, zegt een Damen-woordvoerder.

Volgens hem is Galati van de 32 scheepswerven die Damen heeft de grootste met 2200 werknemers. Alleen Vietnam belooft nog groter te worden. Het casco van het grootste Nederlandse marineschip, de Karel Doorman, werd gebouwd in Galati.

Voor Alewijnse houden de werkzaamheden niet op in de haven. De successen in Roemenië zijn zo groot dat het bedrijf een paar jaar geleden besloot in samenwerking met de EU een technische opleiding op te zetten. En sinds kort heeft Alewijnse even buiten de stadsgrenzen van Galati ook een fabriek voor ‘switchboards’. En de controlepanelen die daar worden gebouwd zijn niet alleen bestemd voor de stuurhut of de machinekamer, ze worden ook geleverd aan hele andere bedrijfstakken zoals de voedingsindustrie. Het Nederlandse succes in Galati begint zich te verbreden.

De Karel Doorman, Foto: Wikipedia

De Karel Doorman, Foto Wikipedia

Casus Den Braven: ‘Nederlandse bouwmaterialen geproduceerd aan de rand van Boekarest’

Roemenië trekt niet alleen grote Nederlandse bedrijven aan. Er zijn ook steeds meer kleine bedrijven die de voordelen van productie in het jonge EU-lid zien. Een goed voorbeeld is Den Braven, een producent van lijmen, kitten en isolatieschuim. Voor veel Roemenen is het bedrijf bekend, niet alleen vanwege het huismerk Zwaluw, maar ook vanwege de glimmende nieuwbouw aan de A7, een van de uitvalswegen vanuit Boekarest naar het noorden en westen van het land.

Daar worden dagelijks vele duizenden bussen met schuim geproduceerd en verscheept naar alle windstreken. ‘Onze eerste productielijn stamt van 2007, de tweede volgde in 2009 en de derde in 2011’, vertelt manager Dan Miculescu. De Roemeense fabriek is een van de grootste van het concern en is gespecialiseerd in isolatie- en montageschuim. Er werken in Roemenië 170 mensen en de omzet bedraagt enkele tientallen miljoenen. Wereldwijd werken er zo’n 1200 mensen voor Den Braven.

Het klinkt als een rechte lijn omhoog, maar dat was het niet, zegt Miculescu. De investering in de Roemeense fabriek leek even zelfs een complete mislukking te worden toen de kredietcrisis uitbrak en het gedaan was met de bloeiende Roemeense bouwindustrie. ‘De omzetten in de bouw daalden in no-time met 30% tot 50%’, vertelt Miculescu.

Aangezien de fabriek was opgezet voor de lokale markt dreigde aanvankelijk een grote overcapaciteit, maar de oplossing volgde snel toen Den Braven besloot van Roemenië een exportcentrum te maken.

Een van de productielijnen van Den Braven, Foto: MK

Een van de productielijnen van Den Braven in Boekarest, Foto MK

West-Europa, Latijns-Amerika, het Midden-Oosten. Inmiddels worden velen landen vanuit Boekarest bevoorraad met isolatieschuim. ‘Het gaat om ongeveer 90% van de productie.’

De grote lokale markt blijft volgens Miculescu wel een belangrijk argument om een fabriek te hebben in Boekarest. ‘Het gaat toch om een markt van 19,5 miljoen mensen.’ Maar er zijn ook andere redenen. Zo is Boekarest geografisch gunstig gelegen met de containerhaven van Constante op slechts een paar honderd kilometer. Verder zijn er kostenvoordelen, want niet alleen de lonen liggen lager dan in bijvoorbeeld Nederland, Frankrijk of Duitsland, waar Den Braven ook fabrieken heeft, ook de belastingen zijn laag en de grond goedkoop.

Hollandse vooroordelen dat er in Roemenië alleen domme arbeid plaatsvindt, wijst Miculescu van de hand. ‘Alle schuimen van Den Braven worden hier bij ons ontwikkeld en getest. En dat gebeurt door mensen met een goede opleiding.’

Nadelen zijn er natuurlijk ook. Zo is het wegennet slecht. En Roemenië is een land van heel veel regels en bureaucratie die menig buitenlander tot wanhoop drijft, maar zo zegt Miculescu: ‘Wij als Roemenen zijn er aan gewend.’ Dat geldt volgens hem ook voor de corruptie die wel bestaat, maar waar je niet aan mee hoeft te doen.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s