Hongaarse grens nu nog zo lek als een mandje, maar niet lang meer

Ik ben een paar weken geleden voor Het Financieele Dagblad naar de Servisch-Hongaarse grens gereisd om een verslag te maken over de bouw van een groot hek van 175 kilometer tegen de steeds groter wordende stroom vluchtelingen. Mijn ervaring was dat het hek nu nog redelijk eenvoudig te omzeilen is, maar niet lang meer, want het hek wordt in een noodtempo gebouwd en de grenspolitie is ook niet mals.

krant-20150810-0-005-017 (1)

Het pad dat mij vanuit Servië naar Hongarije en de Europese Unie moet leiden, is bezaaid met lege waterflessen, gescheurde kleding en koekverpakkingen. Een duidelijk teken dat hier met grote regelmaat vluchtelingen langskomen. Ik heb op ongeveer een kilometer van de grensovergang bij het Hongaarse plaatsje Asotthalom de weg verlaten over een pad dat evenwijdig aan de grens loopt. Het idee is dit pad een paar kilometer te volgen en dan af te slaan in de hoop een doorgang over de grens te vinden.

Aanvankelijk gaat het lopen makkelijk door het open veld en langs boomgaarden; dan wordt het tijd het struweel in te duiken, dwars door een klein natuurgebied aan de Servische kant van de grens. Afgezien van een paar reeën, een haas, een groepje zwijnen en duizenden spinnen is er niets of niemand te zien, geen vluchtelingen, maar ook geen grens.

Na een uurtje lopen had deze al lang overschreden moeten zijn, maar van een metershoog hek geen spoor tot een man in een witte pick-up uitsluitsel geeft. ‘Meneer, dit is Hongarije. Servië ligt een kilometer die kant op.’

Dat ik geen antivluchtelingenhek heb gezien, is niet vreemd. Waar ik de grens over ben gekomen, ligt nu een soort bouwweg. ‘De groene grens’, legt een van de dorpelingen in Asotthalom uit. Volgens hem zijn hier de laatste weken heel veel vluchtelingen overgestoken, misschien om het hek voor te zijn. ‘Vooral veel Syriërs en Afghanen, maar ook Afrikanen.’ Ze proberen volgens hem vooral ’s nachts ongemerkt langs de grenspolitie te komen.

Prikkeldraad

Langs de bouwweg zijn her en der groepjes mannen aan het werk. De eersten die ik tegenkom op weg terug naar de grensovergang zijn gras aan het steken om de weg vrij te maken voor de grotere bouwmachines. Even verderop zijn vijf mannen in civiel en een militair bezig dikke rollen prikkeldraad te bevestigen aan palen die een paar meter hoog zijn. Zo langzamerhand wordt duidelijk hoe het er straks overal uitziet. Over een maand moet het hele hek af zijn, zo wordt mij verteld, soms twee meter hoog, op andere plaatsen zelfs vier meter, en er langs rijdend patrouillerende douaneagenten.

Een nieuw grenshek moet vluchtelingen verhinderen naar Hongarije te komen, Foto: MK

Een nieuw grenshek moet vluchtelingen verhinderen naar Hongarije te komen, Foto: MK

Precies zo’n agent krijgt mij ook in de smiezen. Boos vraagt hij naar mijn paspoort. hij wijst er op dat illegeaal langs de grens lopen hoge boetes kan opleveren en zegt dat ik me onmiddellijk dien te melden bij het douanekantoor. Gelukkig maken die er verder geen grote ophef meer over en laten me terugkeren naar mijn auto aan de andere kant van de grens.

Als ik een Serviër, Afghaan of andere vluchteling was geweest was mijn grensoversteek waarschijnlijk minder gladjes verlopen. De regering van premier Viktor Orbán is er namelijk alles aan gelegen zoveel mogelijk mensen aan de grens tegen te houden. Volgens minister Sandor Pinter van binnenlandse zaken zijn er dit jaar al bijna 100.000 vluchtelingen illegaal het land binnengekomen en ‘99% van hen komt via Servië’. De hoogste tijd dus voor harde maatregelen. De regering heeft er bijna €95 mln voor uitgetrokken. Het werk wordt uitgevoerd door militairen en honderden werklozen die als ze niet op komen dagen hun uitkering verliezen.

Uitgeput

Maar nu is het hek er nog niet en komen dagelijks honderden mensen de grens over. De meesten laten zich als ze de grens over zijn in het zuidelijk gelegen Szeged alsnog registreren en worden vandaar doorverwezen naar opvangcentra. Maar slechts weinigen zijn van plan te blijven.

Velen van hen verzamelen zich, aangekomen in de Hongaarse hoofdstad Boedapest, bij het centraal station Keleti. De Ghanees Augustine Partolon is er een van. Hij vertelt dat hij samen met zijn broer, diens vrouw en drie kinderen al weken onderweg is. Eerst zijn ze naar Egypte gereisd, daarna met een boot naar Turkije. En van Turkije door Griekenland, de Balkan en Servië grotendeels te voet, maar soms ook met de trein, naar Boedapest. De grens met Hongarije zijn ze zoals de meesten ’s nachts overgestoken bij het stadje Kelebia.

Onderweg vanuit Turkije hebben ze zich meerdere malen laten oppakken door de politie omdat ze uitgeput waren. Maar na een paar uur stonden ze dan weer buiten op straat en kon de barre tocht worden voortgezet. En toch was het het allemaal waard, zegt Partolon, want in Ghana is het dankzij het groeiende geweld tussen moslims en katholieken steeds moeilijker uit te houden.

Niet geslagen

Het uiteindelijk doel is Zweden, waar hij muzikant wil worden. Hij probeert nu een internetverbinding te vinden om met zijn telefoon vrienden daar om hulp te vragen. Maar het is nog een lange weg, beseft hij. Lang hier blijven in Hongarije wil hij in ieder geval niet. Hij wil zo snel mogelijk naar het noorden. Hoewel hij zich over de behandeling in Hongarije niet wil beklagen. ‘We zijn in ieder geval niet geslagen.’

Veel van de Hongaren die je op straat aanspreekt over het grenshek stemmen in met het regeringsbeleid. De toenemende criminaliteit rond station Kileti wordt als een van de redenen aangegeven, maar ook de angst voor islamisten. ‘Wij willen hier geen Isis-strijders’, zegt een Hongaarse hotelbediende.

Er zijn ook Hongaren die de vaak uitgeputte vreemdelingen willen helpen. Zo wordt er op het station gratis water uitgedeeld. Een van hen betwijfelt of het hek vluchtelingen tegenhoudt. ‘Mensen die hele continenten over lopen, kun je niet tegenhouden met een hek.’

Orban pakt buitenlanders stevig aan

Hongarije is de laatste jaren onder leiding van de rechts-populistische premier Viktor Orbán flink veranderd. Zo heeft hij per decreet daklozen verbannen uit het centrum van Boedapest, uitkeringen gekort en de persvrijheid aan banden gelegd. Hij heeft een debat op gang gebracht over de doodstraf en nu bouwt hij een hek tegen vluchtelingen uit Servië.

Geen wonder dat EU-president Jean-Claude Juncker hem eerder dit jaar tijdens een EU-top in Riga aansprak met ‘Hallo, dictator’. Maar veel verder dan spottende woorden en aanmaningen tot meer democratie zijn er ook uit Brussel niet gekomen. Wellicht vinden Europese politici het toch lastig iemand op het matje te roepen die wel een meerderheid van het volk achter zich heeft.

Want ondanks alles geniet Orbáns conservatieve partij Fidesz nog altijd brede steun in Hongarije. Voor Orbán is het reden genoeg zijn extreemrechtse politiek verder door te zetten. Zo heeft hij nu het voornemen werkloosheidsuitkeringen in 2018 helemaal af te schaffen. Daarnaast zijn het vooral de buitenlanders die het moeten ontgelden.

Tot een halfjaar geleden waren illegale immigranten eigenlijk nog nauwelijks een thema in Hongarije. Maar sinds de aanslagen in Parijs op Charlie Hebdo heeft Orbán het negatieve sentiment over buitenlanders opgepakt. Het 175 kilometer lange hek is slechts een van de vele maatregelen die hij wil treffen. Hij wil bijvoorbeeld ook de asielprocedures aanzienlijk verkorten en uitgeprocedeerde buitenlanders uitzetten naar het land waar ze vandaan komen, in verreweg de meeste gevallen Servië. Verder is het de bedoeling dat vluchtelingenkampen worden verplaatst naar plekken waar niemand ze kan zien, bij voorkeur aan de grens met Servië.

Of dit de relatie met Servische buren zal beïnvloeden, is nog onduidelijk. De regering in Belgrado heeft er zelf nooit een geheim van gemaakt dat zij de vluchtelingen ook niet willen hebben. Op doorreis gaat nog, maar niet permanent.

Volgens de Servische minister van buitenlandse zaken, Ivica Dacic, is de relatie met Hongarije echter nooit beter geweest. Hij vindt het beleid van de Hongaren begrijpelijk, zo zei hij onlangs bij de opening van een nieuwe grensovergang. Dacic vindt dat de EU-landen Servië meer moeten ondersteunen bij het ontwikkelen van vluchtelingbeleid. Als andere landen ook steeds meer vluchtelingen terugsturen naar de grenzen van de EU, zal dat nodig zijn ook, zo verwachten hulporganisaties.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s