Hervormingen Gerhard Schröder waren broodnodig

In het publieke debat over de eurocrisis wordt er de laatste maanden steeds meer met modder gegooid. Een van de meest bekritiseerde landen is Duitsland dat in Griekenland wordt gezien als een soort moderne bezetter en door verschillende economen als een land dat met zijn constante accent op bezuinigingen de wereld kapot maakt.

Het is vooral Gerhard Schröder, de oud-bondskanselier, die volgens deze economen een groot deel van de schuld draagt voor de crisis in Zuid-Europa. De redenering is vrij simpel.

Schröder is de man die met Duitsland aan het begin van deze eeuw een nieuwe weg is ingeslagen met zijn Agenda 2010. Met deze hervormingsagenda werd de arbeidsmarkt geflexibiliseerd, werden uitkeringsniveaus verlaagd, de WW-duur verkort en er een begin gemaakt met het versoberen van de pensioenen.

Dat alles had een positief effect op het concurrentievermogen van Duitse bedrijven. Sindsdien stijgt de export sneller dan de import, en ook met de bedrijfswinsten ging het bergop. De gewone man had er daarentegen minder aan. Integendeel, hij ging er in de eerste jaren na de invoering van de arbeidsmarkthervormingen sterk op achteruit.

Catastrofaal voor Europa

De gevolgen voor Europa waren catastrofaal. De Duitsers gingen namelijk plotseling veel minder consumeren en, vanwege hun onzekerheid over de toekomst, ook meer sparen. Er was dus zowel meer spaargeld als hogere bedrijfswinsten. En aangezien het bankwezen waar al dat geld terecht kwam geen mogelijkheid zag dat allemaal in eigen land weg te zetten, vloeide het massaal naar het buitenland, onder andere naar Zuid-Europa en de Amerikaanse huizenmarkt, waar vervolgens een enorme luchtbel ontstond die in 2007 met het faillissement van het Amerikaanse Lehman Brothers uit elkaar knalde.

Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz vindt dat Duitsland te weinig investeert

Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz vindt dat Duitsland te weinig investeert. Foto Wikipedia

Sindsdien is het hommeles in de wereldeconomie. En tot overmaat van ramp willen de Duitsers hun hervormingen nu ook nog overbrengen naar de rest van Europa, zo luidt de kritiek.

De zieke man van Europa

Het eerste wat opvalt is dat deze beeldvorming vooral van buiten Duitsland komt. In Duitsland zelf zal zelfs de meest linkse econoom slechts een deel van dit verhaal onderschrijven. Voor de Duitsers waren de hervormingen van Schröder namelijk bijna van existentieel belang.

Duitse economen zoals deze van de grote wetenschappelijke  instituten zul je zelden slecht horen spreken over de hervormingen van Schröder

Duitse economen, zoals deze van de grote wetenschappelijke instituten, zul je zelden slecht horen spreken over de hervormingen van Schröder. Foto MK

Even terug naar de jaren ’90 toen Schröder aan de macht kwam. Duitsland had net een periode achter de rug van enorme overheidsinvesteringen. Na de samensmelting van Oost- en West-Duitsland werd er letterlijk gesmeten met geld. De hoofdstad Berlijn werd volgebouwd met betonnen overheidspaleizen. Wegen, straten bruggen in het oosten werden stuk voor stuk vernieuwd. En de inwoners van Oost-Duitsland gingen bijna overnacht twee keer zoveel verdienen.

Aangedreven door hoge overheidsuitgaven, bedrijfsinvesteringen en consumptie zorgde dit in de eerste jaren na de van de Muur voor hoge economische groei, maar daarna kwam de klap. Berlijn en Oost-Duitsland bleven ver achter bij de verwachtingen. Er waren wel nieuwe wegen,  overheidsgebouwen en gerenoveerde woningen, maar geen werk van gewone bedrijven.

Het optimisme sloeg midden jaren negentig over in pessimisme. Overheden, bedrijven en consumenten zaten opeens met schulden die ze op basis van de naar beneden bijgestelde groeiverwachtingen moeilijker konden terugbetalen. De investeringsquote daalde en de consumptieve uitgaven ook. Vervolgens schoot de werkloosheid omhoog en de overheid kwam in de problemen. Zo was Duitsland samen met Frankrijk het eerste land dat het Verdrag van Maastricht met een tekort van boven de 3% brak. Duitsland was de ‘Zieke man van Europa’.

In Duitsland waren niet alleen economen het erover eens dat dit zo niet door kon gaan, zelfs de vakbonden steunden de hervormingen van Schröder, zei het niet allemaal.

Zo vertelde oud-vakbondsvoorzitter Michael Sommer mij een tijdje geleden in een interview dat loonmatiging absoluut noodzakelijk was, maar zoals zo vaak in het leven werden het wel overdreven. En dat had volgens hem voor een groot deel te maken met Nederland.

Nederland stond model

Het Nederlandse arbeidsmodel was voor Schröder namelijk een grote inspiratiebron. Heel vervelend, zo meende Sommer, want ‘vrijwel alles wat qua arbeidsmarkthervormingen uit Nederland kwam was slecht’, enige uitzondering het poldermodel.

Wat volgens Sommer vooral erg schadelijk was, was het hele idee dat de hele arbeidsmarkt flexibel moet zijn, een typisch Nederlands idee. Eerst kwam de terreur van de uitzendkrachten, daarna die van de ZZP’ers, en allebei hadden ze dramatische gevolgen, zo vindt Sommer. Als er iets de kloof tussen arm en rijk wijdgeopend heeft dan is het volgens hem het verwerpelijke flexwerk uit Nederland.

In de politiek en onder economen wordt dat anders gezien, maar ook daar is het besef doorgedrongen dat flexwerk door ondernemers vaak misbruikt wordt. De regering-Merkel probeert het flexwerk daarom steeds meer te reguleren en in goede banen te leiden.

Flexibiliteitsterreur

Ook van andere hervormingen uit het tijdperk Schröder zijn de scherpe kantjes al lang afgezaagd. Zo zijn de uitkeringsniveaus naar boven aangepast, geldt het pensioen met 67 jaar niet meer voor iedereen en heeft Duitsland voor het eerst een algemeen minimumloon dat qua niveau zeker in Oost-Duitsland als hoog mag worden ingeschaald.

De dienstenvakbond Verdi vocht lange tijd voor een minimumloon en won.    De strijd tegen het flexwerk gaat door

Dienstenvakbond Verdi vocht lange tijd voor een minimumloon en won. De strijd tegen het flexwerk is nog in volle gang. Foto MK

Is Duitsland schuld aan de malaise in Europa? Dringen ze met een lage lonenpolitiek andere landen uit de markt? Voor iemand die de Duitse situatie kent, toch een beetje vreemde aantijging. Zeker in de voor de export belangrijke industrie gelden helemaal niet zo’n lage lonen. Een gemiddelde metaalarbeider verdient bijvoorbeeld bijna €50.000 per jaar. Dat is niet zo slecht.

Het verwijt dat de Duitse overheid te weinig doet aan zijn eigen infrastructuur snijdt meer hout, maar ook daar lijken de bakens te worden verzet. Het Duitse ministerie van verkeer heeft in ieder geval het voornemen de investeringen fors te verhogen, net zoals dat overigens geldt voor de onderwijsuitgaven, waarschijnlijk de belangrijkste investering die een land kan doen.

Waar Duitsland nog een beetje mee worstelt is het flexwerk. Hoe kan die Nederlandse uitvinding worden ingeperkt zonder dat het arbeidsplaatsen in gevaar brengt. En wat te doen met de inefficiënte dienstensector. Daar zijn de lonen inderdaad laag, maar in verhouding tot de arbeidsproductiviteit ook weer niet. De Duitse vakbonden zien de bui al hangen. Oh god, als ze maar niet teveel naar Nederland kijken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s