‘Energiewende is een grote illusie’

Het waren zo’n mooie doelen die Duitsland zich had voorgenomen met de ‘Energiewende’: Weg met de kerncentrales; omlaag met de CO2-uitstoot; groene stroom in plaats van vuile kolen. Het blijkt allemaal veel lastiger dan gedacht. Minister Sigmar Gabriel van energie en economische zaken geeft dit nu ook toe. Verschillende media melden dat hij tegen zijn collega’s heeft gezegd dat het hele Duitse energiebeleid berust op ‘een grote illusie’. Het meest onwaarschijnlijke regeringsdoel is om in 2020 de uitstoot van kooldioxide te verminderen met 40% tegenover het niveau in 1990. Waarom? Omdat Duitsland eenvoudigweg niet zonder zijn kolengestookte elektriciteitscentrales kan.

Op zoek naar de achtergronden van de Energiewende ben ik voor een reportage naar de Oost-Duitse energieregio Saksen-Anhalt afgereisd. De Energiewende bracht in deze regio met de komst van de solar-industrie aanvankelijk hoop op nieuwe voorspoed, maar met het instorten van Solar Valley kwam er al snel ontnuchtering. Nu staan steeds meer mensen op de bres om de laatste bruinkolenmijnen in de regio open te houden. Banen zijn daarbij belangrijker dan milieu.

Een reportage geschreven voor Energiepro van het FD:

Centimeter voor centimeter, heel langzaam, draait de gigantische pijp in de rondte. ‘Vier meter dertig in doorsnede!’, roept bestuursvoorzitter Joachim Görlitz van staalbewerker Ambau boven het lawaai uit. Midden in de pijp staat een man te lassen. Elke pijp bestaat uit meerdere delen. Samen vormen ze een mast geschikt voor windmolens van 100 tot 120 meter hoog.

De zaken lopen goed volgens Görlitz, zo goed, dat de 750 werknemers regelmatig moeten overwerken op zaterdag. Jaarlijks produceert het staalbouwbedrijf in Gräfenhainichen ongeveer 600 masten met een totaalvolume van € 180 mln. Ambau is daarmee een van de grootste windmastenbouwers van Europa met een marktaandeel van 20% in Duitsland en een nog sterkere presentie bij  de off-shore windmolenparken voor de kusten van Duitsland en Nederland.

Bard1 vanuit de lucht, Foto Bard Offshore

Windmolenpark Bard1 vanuit de lucht, Foto Bard Offshore

En de toekomst ziet er volgens Görlitz zo nodig nog zonniger uit. Want Duitsland heeft grote ambities op het terrein van windenergie. Vooral op zee moeten er nog veel molens bijkomen. Het doel is bijna 10 gigawatt tot 2020.

Vroeger was alles beter

Voor de regio rondom Gräfenhainichen in de deelstaat Saksen-Anhalt komt het succes van Ambau als geroepen, want veel industrie is er in deze regio niet meer sinds de val van Muur nu precies 25 jaar geleden. Een jaar na de val in 1990 ging hier de laatste bruinkolenmijn dicht en in zijn slipstream een hele sloot andere bedrijven.

De stroomcentrale in Zschornewitz bijvoorbeeld, in de jaren twintig van de vorige eeuw nog de grootste van Europa, is sinds 1992 een monument voor toeristen. Ex-werkneemster Silke Patze vertelt er met weemoed over haar werk destijds in het controlecentrum en de kameraadschap met de veelal vrouwelijke collega’s. ‘Nu is Zschornewitz weer het heidedorp van 200 jaar geleden’, lacht ze schamper. Patze: ‘Toen de centrale dichtging, trok de industrie weg, net als de mensen’.

Krachtcentrale Zschornewitz is nu een museum

Krachtcentrale Zschornewitz is nu een industriemonument Foto MK

Decor voor dansfeesten

Iedereen boven de 55 jaar werd met vervroegd pensioen gestuurd. ‘Gräfenhainichen staat nu vooral bekend om zijn enorme dansfeesten met als hoogtepunt het Melt-festival in de zomer’, vertelt de hier geboren CDU-politicus en parlementariër Ulrich Petzold tijdens een rondleiding over de een paar kilometer verderop gelegen bruinkolenmijn ‘Golpa-Nord’.

Samen met een groep Poolse en Duitse journalisten passeren we met hem enorme kolengraafmachines, deels verroest, deels omgebouwd tot uitzichttorens voor toeristen.

De journalisten zijn uitgenodigd door Clean Energy Wire, een stichting gesponsord door de industriefamilie Schmidt-Ruthenbeck, grootaandeelhouder in het Duitse Metro-concern. Deze familie, zelf uit het Ruhrgebied, heeft zich ten doel gesteld journalisten te informeren over de grote gevolgen die de Duitse ‘groene revolutie’ heeft voor industriële regio’s als deze.

‘Die daar was de grote trots van de DDR’, vertelt Petzold tijdens de rondleiding al wijzend op een van de graafmachines: Een waar monster gebouwd minder dan tien jaar voor de val van de Muur. Het was een  graafmachine waar de DDR destijds om werd benijd in het hele Oostblok, technisch top, maar helaas te duur om de machine te verhuizen na sluiting van de mijn. ‘Daarom staat hij hier nu weg te roesten samen met de andere machines’, zegt Petzold.

Deze reusachtige transportmachine voor bruinkolen is nu het decor voor een van de grootste Europese dansfeesten: het Melt festival

Deze reusachtige transportmachine voor bruinkolen is nu het decor voor een van de grootste Europese dansfeesten: het Melt festival, Foto MK

Het belang van bruinkool voor Oost-Duitsland blijkt uit de statistieken van de branchevereniging voor de kolenindustrie. In 1989 werd er in de voormalige DDR nog 300 miljoen ton bruinkolen uit de bodem gehaald. Tien jaar later waren dat er nog maar 64 miljoen ton.

Statistiek bruinkolendelging in Duitsland van begin jaren negentig tot nu: kolendelving

Vooral in wat de Duitsers ‘Mitteldeutschland’ (Saksen-Anhalt, Saksen en Thüringen) noemen werden veel dagbouwmijnen gesloten. Daaronder ook de mijn in Gräfenhainichen. ‘Het kolenveld was nog niet uitgeput, maar de opbrengst was eenvoudigweg te gering om de mijn nog langer open te houden’, vertelt Petzold.

Alleen de meest rendabele mijnen overleefden, en hoe. Sinds 1999 is de productie weer flink gestegen tot 83 miljoen ton in 2013. Oost-Duitsland domineert daarmee samen met het Ruhrgebied de bruinkolenproductie in eigen land. En Duitsland als geheel was in 2013 met een totale productie van 183 miljoen ton de grootste producent ter wereld (marktaandeel van ruim 18%, wereldwijde productie ongeveer 1 mrd ton).

Melt by night, Foto Meltfestival.de

Melt by night, Foto Meltfestival.de

Rise and fall of Solar Valley

In Gräfenhainichen hadden ze daar in de jaren negentig weinig aan. Voor het lokale staalbouwbedrijf Asta (Anhaltiner Stahl-und Anlagenbau) leek zonder goedkope bruinkool geen toekomst weggelegd, temeer omdat de bruinkolenmijn ook nog een belangrijke klant was voor staalconstructies. Maar er kwam redding in de vorm van Ambau, een jong bedrijf uit de buurt van Berlijn dat Asta in 1997 overnam en helemaal specialiseerde in windmolens.

Hulp van de overheid was daarbij volgens Görlitz, medeoprichter van Ambau, van groot belang. Allereerst was er de ‘Energiewende’, waarvan de wortels teruggaan tot begin jaren negentig. Voorzichtig werden toen de eerste stappen gezet richting actieve overheidssteun voor groene stroom.

In 2001 werd de ondersteuning nog verder versterkt met het nieuwe ‘Erneuerbare-Energien-Gesetz’, kortweg EEG, dat genereuze prijzen garandeerde voor elke kilowatt geproduceerde groene stroom. De gevolgen waren fenomenaal. De EEG-garantieprijzen voor groene stroom  lagen zo hoog dat de windmolens- en zonneparken als paddenstoelen uit de grond schoten.

Logo-Solarvalley_101105

Dat kreeg nog een extra dynamiek in 2011 toen de regering-Merkel na de kernramp in het Japanse Fukushima besloot alle kerncentrales (16% van de stroomvoorziening) vóór 2022 te sluiten.

Voor een aantal bedrijven in de regio Saksen en Saksen-Anhalt zoals Ambau betekende het nieuwe hoop. En dat kwam niet alleen door de vaste garantieprijzen. De Bondsregering had daarbovenop speciaal voor Oost-Duitsland een strategie uitgedokterd waarbij windmolens en de solar-industrie een belangrijke rol speelden.

Aufbau Ost

Onder het motto ‘Aufbau Ost’ werden enorme subsidiestructuren opgetuigd om het verlies aan banen in de energie- en industriesector te compenseren. De regio’s rond Dresden en Leipzig werden als extra veelbelovend gezien omdat hier een grote computerchips-industrie was, een bedrijfstak die zich grotendeels baseert op dezelfde technieken als de solar-industrie. Het grote uithangbord werd Solar Valley, een bedrijventerrein waar de regering grote verwachtingen van had.

In korte tijd ontstonden daar, waar vroeger de smerige chemie-industrie overheerste, een hele serie bedrijven zoals Sontor, Solibro, Q-Cells en Sovello. De werkgelegenheid liep razendsnel op. Alleen bij Q-Cells en Sovello werkten in 2010 meer dan 3000 mensen.

Maar helaas was de hosannastemming van korte duur. China had lucht gekregen van de riante Duitse overheidssteun en counterde met eigen subsidies en met succes. De Chinese zonnepanelen waren goedkoper en ironisch genoeg moesten veel Duitse bedrijven het onderspit delven juist op het moment dat de Duitse consument pas echt warm begon te lopen voor zonne-energie.

Alleen in Duitsland is er sinds 2011 18.000 megawatt zonnestroom bijgekomen. Dat staat gelijk aan ongeveer 15 middelgrote kerncentrales. Door de Chinese concurrentie en technologische vernieuwing ging dat gepaard met snel dalende prijzen. Kostte een geïnstalleerde kilowatt zonnestroom in 2006 nog €5000, nu is dat gemiddeld nog maar €1700.

Trieste gevolgen

Voor veel Duitse bedrijven was dat teveel. De trieste gevolgen zijn zichtbaar langs de  ‘Sonnenallee’, de straat die dwars door het Solar-Valley-bedrijventerrein snijdt. De fabriekshal van Sovello –  gloednieuw, een paar voetbalvelden groot – staat bijvoorbeeld compleet leeg. Nieuwe huurders zijn niet te vinden.

De buurman Q-Cells, ooit de grootste producent van zonnecellen ter wereld, overleefde wel, maar alleen dankzij een overname door het Koreaanse bedrijf Hanwha. Kennisinstituten die zich richten op R&D naar betere zonnecellen zijn volgens bestuursvoorzitter Robert Reinsch van Hanwa Q-Cells grotendeels weggetrokken. ‘Van een echt cluster voor de zonnesector is hier in ieder geval geen sprake meer’, geeft hij toe.

Q-Cells was een van de weinige die de kaalslag in Solar-Valley overleefde, en dat alleen dankzij een Koreaanse hulp

Q-Cells was een van de weinige die de kaalslag in Solar-Valley overleefde, en dat alleen dankzij een Koreaanse hulp, Foto MK

Q-Cells, dat vroeger bekendstond om zijn spectaculaire groeiverwachtingen, is volgens hem onder Koreaanse leiding met beide benen terug op de aarde beland. ‘Wij zijn volstrekt tevreden met onze 850 werknemers’ vertelt Reinsch. De duizenden banen van weleer komen volgens hem nooit meer terug. Daarvoor is produceren in Duitsland te duur. ‘Wij verzorgen hier alleen de R&D, de massaproductie blijft in Maleisië.’

Tienduizenden arbeidsplaatsen

Vakbondsman Erhard Koppitz wordt treurig als hij terugdenkt aan de tijd van de grote verwachtingen voor Solar Valley. Als hij het woord Energiewende hoort, verschijnt er bij hem geen lach, maar een grimas op het gezicht.

In een oude loods waar vroeger in de DDR-tijd treinwagons werden gebouwd, stelt hij dat de hele omschakeling op groene stroom wat hem betreft veel te snel is gegaan. ‘Wat heeft het ons in dit deel van Oost-Duitsland nou helemaal opgeleverd? Niet veel.’

Koppitz is als vakbondsman voor de ‘Industriegewerkschaft Bergbau, Chemie und Energie’, vergelijkbaar met FNV Bondgenoten in Nederland, al heel lang actief in deze regio. Hij heeft na de val van de Muur tienduizenden arbeidsplaatsen zien verdwijnen in de bruinkolenmijnen en zware industrie. Alleen bij de Mitteldeutsche Braunkohlegesellschaft (Mibrag) verdwenen begin jaren negentig bijna 30.000 banen.

Regelrechte ramp

Het was een regelrechte ramp voor de werkgelegenheid. Maar Koppitz kon het wel begrijpen. ‘Dat begin jaren negentig veel bruinkolenmijnen en stroomcentrales dicht moesten was onvermijdelijk. Dat zie ik ook wel.’ Veel van de bruinkolenvelden waren niet rendabel genoeg toen de chemiesector in Bitterfeld-Wolfen moest worden gesaneerd.

Het stadhuis van Bitterfeld-Wolfen was ooit het hoofdkwartier van IG Farben

Het stadhuis van Bitterfeld-Wolfen was ooit het hoofdkwartier van IG Farben, Foto MK

Maar een aantal bruinkolenmijnen overleefden het. Acht om precies te zijn. ‘Rendabele velden’, zo stelt Koppitz. ‘En ik vind dat die ondanks hun milieuonvriendelijke karakter nog heel lang open moeten blijven. Dat is goed voor de werkgelegenheid.’

Koppitz is ervan overtuigd dat als die bruinkolenmijnen ook nog verdwijnen de prijzen voor energie – Duitsland is voor eindverbruikers na Denemarken het duurste land van Europa – nog verder omhooggaan, wat de laatste industrie zal wegjagen richting landen als Tsjechië en Polen. Hij maakt zich daarom hard voor het zo lang mogelijk openhouden van de mijnen samen met andere regionale verenigingen.

Vattenfall

Interessant genoeg lijkt er juist vanuit Tsjechië belangstelling te zijn om de resterende bruinkolenmijnen van het Zweedse Vattenfall in de Lausitz, een gebied langs de Poolse grens verdeeld over de deelstaten Saksen en Brandenburg, over te nemen.

Vorige week maakte Vattenfall tot schrik van de lokale regeringen in Brandenburg en Saksen bekend dat ze van deze bruinkolenmijnen af wil. Niet omdat ze te weinig opleveren – de afgelopen 25 jaar heeft Vattenfall vele miljarden verdiend aan de bruinkolen – maar omdat de Zweedse regering dit verlangt uit milieuoogpunt.

Het Tsjechische EPH, dat eerder al de Mibrag (Mitteldeutsche Braunkohle AG) overnam en de bruinkolenmijn van Eon bij Helmstedt, wordt gezien als een van de potentiële kopers. Ook RWE – dat bruinkolenmijnen heeft in het Ruhrgebied – is mogelijk in de markt.

De regeringsleiders van Brandenburg en Saksen zijn echter bang dat het ook een durfkapitalist kan worden zoals KKK, Blackstone of CVC, die de bruinkolenmijnen vervolgens uitzuigen tot er geen leven meer in zit. Dat zou een ramp voor de regio betekenen, zo waarschuwde de regeringsleiders Dietmar Woidke (Brandenburg) en Stanislaw Tillich (Saksen) afgelopen week.

Beide wijzen op het belang van de bruinkolen voor deze toch al zwakke regio. Woidke en Tillich kunnen het weten, ze zijn beide in de Lausitz geboren. Volgens hen zijn ongeveer 30.000 mensen voor hun werk afhankelijk van de bruinkolenmijnen.

Gekke effecten

Thomas Zänger, directeur van de Stadtwerke Dessau, een lokale stroomleverancier in Saksen-Anhalt, hoeft niet zoals Woidke en Tillich te denken aan de kiezers. Het enige wat voor hem telt is de consument. Maar ook voor deze groep blijken bruinkolen het betere alternatief boven het schonere aardgas. Dat heeft vreemd genoeg deels te maken met de Energiewende, zo vertelt hij.

Vroeger maakte hij meer gebruik van gas en olie bij de stroomproductie, maar de laatste jaren is het aandeel kolenstroom vrij snel gegroeid van 31% naar 53%.

Dat is vrijwel geheel toe te schrijven aan een paar maanden in het jaar dat er heel veel groene stroom wordt geproduceerd. ‘De groothandelprijzen voor stroom zijn dan zo laag dat het geen zin meer heeft de relatief dure gasturbines te laten draaien. Het gevolg is meer kolenstroom’.

Er ontstaat volgens Zänger een vicieuze cirkel. Hoe meer maanden de gasturbines stilstaan, des te duurder worden ze, en hoe meer er dus gebruik wordt gemaakt van turbines die draaien op goedkope kolen. Het is een dynamiek die niet alleen voor de Stadtwerke Dessau geldt. Het laat ook nationaal zijn sporen na.

Zo is het aandeel groene stroom in Duitsland weliswaar opgelopen tot bijna 27%, maar tegelijkertijd is het aandeel kolenstroom nauwelijks gedaald. De laatste jaren is dit zelfs gestegen tot ruim 43% van het totaal.

In het futuristische Bundesumweltamt in Dessau werkt Duitsland aan oplossingen voor de Energiewende

In het futuristische Umweltbundesamt in Dessau werkt Duitsland aan oplossingen voor de Energiewende, Foto MK

Voor de regering is dit een groot probleem, want het dreigt daardoor zijn doelen voor de CO2-uitstoot – in 2020 40% onder het niveau van 1990 – ruimschoots te missen. De laatste jaren stijgt de uitstoot zelfs weer.

Op een gegeven moment zal de vicieuze cirkel volgens Zänger wel worden doorbroken doordat het steeds moeilijker wordt vergunningen te krijgen voor nieuwe elektriciteitscentrales die draaien op kolen. ‘Ik verwacht dat rond 2023 als veel vergunningen voor oude kolencentrales vervallen er een grote draai op gang komt van kolen naar gas en groene stroom.’

Maar dat duurt dus nog even. Althans, dat  denkt Zänger. Er zijn ook mensen die dat anders zien. De futurologen van het Bauhaus Instituut in Dessau zijn daar een voorbeeld van. Onder de noemer ‘Energie-Avantgarde’ is dit instituut uit Saksen-Anhalt (Dessau) een paar jaar geleden begonnen met het opzetten van een netwerk van bedrijven actief in de duurzaamheidshoek. Het ultieme doel is, zo vertelt Babette Scurrell van de stichting, om heel Saksen-Anhalt niet alleen groen maar ook onafhankelijk te maken van de rest van Duitsland.

100% regionale stroomverzorging

Scurrell is niet de enige die het woord energie-autarkie geregeld laat vallen. Ook andere regionale politici en ondernemers die we te spreken krijgen nemen het geregeld in de mond. Ze haken daarmee volgens Zänger aan bij een gevaarlijke nationale trend, waarvan Horst Seehofer, de minister-president van Beieren, het meest bekende voorbeeld is.

Waarom is het gevaarlijk? Zänger: ‘Wat we in Duitsland nodig hebben, is juist meer samenwerking tussen de regio’s en niet minder. Anders krijgen we onherroepelijk black-outs en sterk fluctuerende prijzen.’ Groene stroom heeft immers de eigenschap erg bewegelijk te zijn, met pieken en dalen gedurende de dag en de seizoenen. ‘Door alle energiebronnen in Duitsland op elkaar aan te sluiten met een goed stroomnet kan dat nog een beetje uitgemiddeld worden, maar zonder komt het zeker tot ongelukken.’

4600 kilometer kabel

Zo ziet de Bondsregering het volgens hem gelukkig ook. Berlijn ziet het zelfs als de centrale voorwaarde voor het welslagen van de Energiewende. De enorme hoeveelheden windmolens, zonneparken en biogascentrales moeten allemaal op elkaar worden aangesloten, en daarvoor is een gigantische investering nodig in het stroomnet. In totaal hebben we het over 4600 kilometer aan stroomkabels, waarvan alleen al voor 2016 1876 kilometer aan hoogspanningskabels.

In Berlijn maken ze zich grote zorgen over de vraag of dit wel gaat lukken. Bedrijven zoals het Nederlandse Tennet boeken namelijk te weinig vooruitgang. Van de 1876 kilometer kabels zijn er pas 322 gelegd. Verschillende economische belangen in deelstaten als Saksen-Anhalt, Thüringen, Noordrijn-Westfalen en Beieren vormen daarvoor een belangrijke reden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s