Lage lonen, industriële traditie en Dacia maken van Roemenië een autoland

Bijna ongemerkt ontwikkelt zich in Roemenië een enorme auto-industrie. Drijvende kracht is  Renault-dochter Dacia, maar ook andere buitenlandse bedrijven slaan er steeds vaker hun tenten op.

Met snelle pennenstreken schiet de hand van Victor Sfiazof over het papier. Een paar kleuren, meer heeft hij niet nodig om een wel heel erg futuristisch uitziend automodel tevoorschijn te toveren. Aerodynamisch, Laag op de grond, vleugeldeuren: ‘Is dit een Dacia?’

Sfiazof lacht geheimzinnig. ‘Nee, zo dom zijn we nou ook weer niet om hier voor een groep journalisten onze nieuwste Dacia-modellen te tonen. Maar feit is wel dat ik uit vrijwel elke tekening een detail haal dat ik later gebruiken kan. Welke het hier is verraad ik niet.’

Een vingeroefening van een Dacia-ontwerper

Een vingeroefening van een Dacia-ontwerper, Foto MK

Dit artikel is eerder verschenen in Het Financieele Dagblad van 12 juni 2014

Het Roemeense tekentalent is niet de eerste de beste. Hij is een van de toptalenten van Renault in Boekarest en spreekt regelmatig met de grote designer-chef in Parijs, de Nederlander Laurens van den Acker. Sfiazof vertelt dat een aantal van zijn modellen rijp zijn voor productie, ‘maar die zien er niet zo uit als deze tekening hier’. Dat zou de auto’s te duur maken. ‘Maar mooie modellen ontwerpen voor weinig geld is ook een kunst’.

Precies dat laatste is de succesformule van Dacia. De laatste jaren zijn de verkopen van het in 1952 opgerichte bedrijf omhooggeschoten van 23.000 in 2004 naar 429.500  in 2013. Eerst werden de Centraal-Europese markten veroverd, nu is het de beurt aan de rest van Europa, Zuid-Amerika en Afrika. Het verkoopargument luidt overal hetzelfde: ‘Veel auto, voor weinig geld’.

De Dacia-dealer in Boekarest, Foto MK

De Dacia-dealer in Boekarest, Foto MK

Wie wel eens in de cockpit van een Dacia heeft gezeten weet wat dat betekent. In een Dacia is alles gericht op geld besparen: het dashboard simpel, airconditioning vaak afwezig, raampjes moeten soms nog met de hand worden opengedraaid. De basisuitvoering is spartaans, maar met de motor is niks mis. Zo kom je uit op een auto die qua veiligheid en rijkwaliteiten niet heel veel afwijkt van de concurrentie maar qua prijs veel goedkoper is. En het werkt: Dacia is met een omzet van €4,2 mrd opgeklommen tot een cashmachine voor Renault (omzet: €40,9 mrd). Vorig jaar bedroeg de groei in Europa 19,3%. In Nederland was het zelfs 49%.

In Roemenie wordt de Dacia voor van alles en nog wat gebruikt, Foto MK

In Roemenie wordt de Dacia voor van alles en nog wat gebruikt, Foto MK

Geld maken doet Dacia niet alleen voor Renault. Ook voor het arme Roemenië legt de autoproducent geen windeieren. Het designcentrum is daarbij slechts een klein raderwerk in het Dacia netwerk.

Testen gebeurt op een  enorm circuit een stukje buiten Boekarest, Foto MK

Testen gebeurt op een enorm circuit een stukje buiten Boekarest, Foto MK

Het hart is volgens Dacia-ceo Nicolas Maure de fabriek in Mioveni – 120 kilometer buiten Boekarest. Naar werknemers is het de grootste fabriek van de hele Renault Groep met 17.000 werknemers. ‘Als je de toeleveranciers meerekent werken voor Dacia zelfs meer dan 150.000 mensen’, zegt Maure.

In Mioveni worden naast de Dacia Sandero, Logan en Duster ook de Renault Symbol in elkaar gezet. Er worden jaarlijks 308.000 motoren, 516.000 versnellingsbakken en 1 miljoen chassis gemaakt. Er is bovendien een smelterij die jaarlijks 16.700 metrische ton aluminium produceert. Dat maakt Dacia niet alleen goed voor ongeveer 3% van het Roemeense bruto nationaal product, de Renault-dochter neemt ook ruim 7% van de export voor zijn rekening.

En dat is eigenlijk nog een onderschatting van het ‘Dacia-effect’. Sinds Roemenië in 2007 lid werd van de Europese Unie hebben ook steeds meer andere buitenlandse autobedrijven het land ontdekt, vooral uit Duitsland.

De lopende band in Mioveni, Foto MK

De lopende band in Mioveni, Foto MK

Zo maakte Bosch in mei van dit jaar nog bekend dat het €70 mln investeert in een nieuwe fabriek in Cluj, een stad ten noorden van Boekarest. De investering komt bovenop andere activiteiten die de Zuid-Duitsers al hebben in de regio. Binnenkort werken er voor Bosch (de grootste autotoeleverancier ter wereld) 2450 mensen in Roemenië.

Niet ver van Cluj in Sebes produceert Daimler al een tijdje versnellingsbakken en investeert in die fabriek tot 2016 €300 mln. In 2010 werkte hier 450 mensen, nu zijn het er al 1000. De trend is stijgend. En zo kun je doorgaan: Continental, Siemens en Thyssen-Krupp allemaal hebben ze fabrieken in Roemenië. Over het Amerikaanse Ford gaan geruchten dat het een deel van zijn Duitse autoproductie in Keulen wil overhevelen naar zijn fabriek in Craiova.

Waarom Roemenië? Arnaud Deboeuf, ‘Program Director’ van de Renault Groep, wijst op het relatief grote aantal technisch goed onderlegde arbeidskrachten en ingenieurs. De taal speelt ook een rol. Zeker in de hoofdstad Boekarest is het geen enkel probleem als je geen Roemeens spreekt. Met Frans, Engels, Spaans en (in de noordelijke regio’s) Duits kun je prima uit de voeten.

Dat er een groot kostenvoordeel te behalen valt door de lage lonen benadrukken de meeste autoproducenten liever niet. Na enig navragen blijkt een gemiddelde werknemer in de Dacia-fabriek ongeveer 4000 Lei (€1000) te verdienen, ofwel €1000. Het Duitse auto instituut CAR heeft onlangs uitgerekend dat de Roemeense loonkosten ongeveer €5 bedragen, een tiende van de loonkosten in Duitsland.

Ondanks de voor westerse begrippen lage lonen, hoor je de Roemenen niet klagen. Werken bij Dacia is voor hun een droombaan. Met tientallen bussen worden ze elke dag naar de fabriek in Mioveni gebracht. ‘Ze komen uit een omtrek van ongeveer 60 kilometer hier naar toe’, zegt een medewerker op het fabrieksterrein in Mioveni. Deels staan daar de oude fabriekshallen uit de tijd van Ceausescu nog overeind, maar van binnen zijn ze minstens net zo modern als andere Renault-fabrieken. Het is het resultaat van een investering die alleen tussen 1999 en 2004 bijna een half miljard bedroeg.

Dacia heeft een eigen smelterij

Dacia heeft een eigen smelterij, Foto MK

Assemblage, motorenproductie, perserij: alles loopt op rolletjes zonder hectiek, chaos of veel lawaai. Hard werken moeten de Roemenen wel: de lopende band laat met een dagelijkse productie van 1390 auto’s weinig tijd voor rust.

En er worden ook motoren gemaakt, Foto MK

En er worden ook motoren gemaakt, Foto MK

Het enige jammere voor Roemenië is dat de Dacia-verkopen zo goed lopen dat de fabriek in Mioveni met 350.000 auto’s per jaar op de toppen van zijn capaciteit draait, en helaas uitbreiding staat niet op de agenda. ‘Daarvoor is de onderbezetting in andere Renault-fabrieken te groot’, zegt Deboeuf. De Dacia-productie moet met andere woorden de gaten opvullen die andere Renault-modellen laten vallen.

50 jaar Dacia in modelformaat, Foto MK

50 jaar Dacia in modelformaat, Foto MK

Lees ook: Oost-Europese auto-industrie bloeit terwijl het westen kwakkelt

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s