Woestijnregio rond Rode Zee biedt perfecte condities voor windenergie

Het Desertec Industrial Initiative (DII) kwam dit jaar een paar keer negatief in het nieuws. Ruzie in de top en het opstappen van grote bedrijven als Siemens en Bosch deed mensen twijfelen aan het vier jaar geleden nog zo bejubelde project voor grootschalige stroomopwekking in de woestijn. Maar de Nederlandse bestuursvoorzitter van DII Paul van Son laat zich niet gek maken. Volgens hem loopt het woestijnstroomproject zelfs beter dan gedacht.

Dit artikel is in een iets kortere versie verschenen in Het Financieele Dagblad van 13-11-2013

Om dat te onderstrepen, pakt hij er op zijn kantoor in München een grote kaart bij van Noord-Afrika en het Midden-Oosten (MENA). 73 stroomprojecten staan erop afgebeeld met een vermogen van 4 gigawatt. ‘En dat is nog maar een begin’, zegt Van Son. Alleen voor de periode tot 2020 staan er al projecten gepland met een vermogen van 50 gigawatt, en een land als Saudi-Arabië heeft besloten $110 mrd te investeren tot 2030.

Bestuursvoorzitter Paul van Son van DII, Bron: DII

Bestuursvoorzitter Paul van Son, Bron: DII

Het zal daarbij volgens Van Son in het begin vooral om windenergie gaan. ‘Mensen verrast dat vaak maar de omstandigheden voor windenergie zijn in landen als Marokko en Egypte vaak beter dan in Nederland. Langs de Rode Zee zijn er plekken met een gemiddelde windsnelheid van meer dan 10 meter per seconde. Dat vindt je zelfs op de Noordzee maar op weinige plekken.’

Vraag: U straalt een groot optimisme uit, toch is er veel kritiek in Europese media. Waarom?

Antwoord: Dat heeft vooral met een aanvankelijk te simpele voorstelling van zaken te maken. Toen in juni 2009 het idee van Desertec geboren werd, ontstond er  een ongekende euforie. Grote bedrijven toeterde dat met een investering van €400 mrd zo’n beetje heel Europa van stroom kon worden voorzien. Toen ik bij DII kwam als directeur heb ik gelijk geprobeerd dat beeld bij te stellen omdat de MENA-landen ons met deze puur op Europa gerichte boodschap nooit serieus hadden genomen. Ik heb daarna altijd gezegd dat het in de eerste plaats om stroomvoorziening voor de woestijnlanden zelf gaat, pas later komt Europa in beeld. Maar dat beeld is in de media nooit goed aangekomen.

Vraag: Blijft toch de vraag hoe lang het duurt voordat de eerste stroom in Europa aankomt?

Antwoord: ‘Dat weet ik niet precies. De realiteit is dat een land als Marokko nu nog op grote schaal stroom importeert vanuit Spanje. Export verwacht ik niet voor 2020. Dat zal pas plaatsvinden nadat Europa de bestaande overcapaciteit aan niet-duurzaam productievermogen heeft afgebouwd.  Onze taak is het om in zowel Europa als het MENA-gebied te wijzen op de voordelen die er te behalen zijn als zij hun stroomnetten koppelen. Het Fraunhofer-instituut heeft berekend dat een besparing van €30 mrd per jaar mogelijk is.’

Vraag: Is woestijnstroom niet erg duur?

Antwoord: Windenergie uit de woestijn kan met een prijs van 5 à 6 cent per kilowattuur nu al concurreren met conventionele stroomcentrales in Europa. Bij zonne-energie is dat met een prijs van even onder de 10 cent per kWh nog niet het geval, maar het gaat wel snel die kant op. Nee ik denk dus niet dat het te duur is.

Vraag: Wat is precies de rol van DII in het geheel?

Antwoord: Wij stellen ons als wegbereider en katalysator op. Wij zijn dus geen organisatie die zelf woestijnprojecten uitvoert. Wij richten ons op het politieke veld, op opening van de stroommarkten en op het creëren van een gunstig investeringsklimaat. Wat de productie betreft richten wij ons op het in kaart brengen van waar de beste mogelijkheden liggen voor wind- en zonne-energie. Daarnaast helpen we regeringen projecten te identificeren en openbaar uit te schrijven, maar we zullen ze dus nooit zeggen dat ze met een van onze DII-partnerbedrijven in zee moeten.

Vraag: Neemt de politiek de boodschap van Dii wel serieus?

Antwoord: In de MENA-regio zeker, en we hebben ook goede contacten in Brussel. Het probleem in Europa is alleen dat het energiebeleid een sterk nationale aangelegenheid is. Aan de strategische en economische belangen van Europa als geheel wordt nog te weinig gedacht, laat staan het benutten van de enorme synergiën die te behalen zijn door Europa en de MENA-landen beter te koppelen.

Vraag: Er zijn veel grote bedrijven betrokken bij DII zoals RWE, Shell en Deutsche Bank. Wat is hun belang?

Antwoord: Door de boodschap van Desertec te verspreiden kan ieder van onze aandeelhouders op zijn eigen manier profiteren. De een door zijn technologische knowhow, de ander als expert op het gebied van projectfinanciering of energietransport.

Vraag: Siemens en Bosch zijn uit het project gestapt. Hoe hard kwam dat aan?

Antwoord: Er zijn nog wel meer bedrijven uit het project gestapt. IBM bijvoorbeeld en Morgan Stanley, maar er zijn ook bedrijven bijgekomen. U moet het zo zien. Er stapte in 2009 heel veel bedrijven in met het idee “we zien wel”. Veel geld kostte het niet en het was voor een termijn van slechts drie jaar. Waarom Siemens en Bosch er na die 3 jaar zijn uitgestapt moet u hun vragen. Maar het is denk ik bekend dat beide bedrijven vooral over zonne-energie anders zijn gaan denken. Logisch dat je dan afstand neemt.

Vraag: Wat is het effect van desertec op de landen in de MENA-regio?

Antwoord: ‘Het kan de hele regio van Marokko tot Saudi-Arabië en Egypte tot Turkije erg rijk maken als de betrokken landen de energietransitie goed benutten. Veel van de randvoorwaarden zijn aanwezig. In Egypte heb je  een snelgroeiende en goedopgeleide bevolking, Saudi-Arabië heeft het geld en Turkije heeft de slimme koppen en de industrie. Als die landen elkaar vinden, gaan ze een gouden toekomst tegemoet, en hoeven enorme drama’s met bootvluchtelingen, zoals we die nu zien in Lampedusa, misschien niet meer voor te komen.

Windmolenpark Siemens in de woestijn, Bron DII

Windmolenpark in woestijn, Bron DII

Enkele feiten over Desertec:

Geestelijk vader van Desertec is de Duitser Gerhard Knies die in 2003 samen met de Club van Rome eerst het concept en later de naam bedacht.

In 2009 richtte Knies de ideële Desertec Stichting op die in datzelfde jaar naleving kreeg in het bedrijfsleven met DII.

Begin 2013 kwam er een breuk tussen de stichting en DII. Volgens DII-directeur Van Son had dat te maken met het feit dat er nou eenmaal grote verschillen bestaan tussen een op de praktijk gericht bedrijfsplatform als DII en een meer filosofisch/ideëel  ingestelde stichting.

Knies’ oorspronkelijke idee was dat de wereldbevolking de komende 40 jaar stijgt tot boven de 10 miljard. In zo’n wereld kan je onmogelijk de enorme energiekansen in woestijngebieden laten liggen.

DII beperkt zich in tegenstelling tot Knies alleen op het MENA-gebied. Een in 2012 door DII samen met het Fraunhofer instituut uitgevoerde studie wijst uit dat zowel Europa als MENA kunnen profiteren. Europa zou op de lange termijn door de import van goedkope stroom €30 mrd per jaar kunnen besparen. MENA zou voor €60 mrd per jaar kunnen exporteren en tegelijkertijd in zijn eigen behoefte voorzien.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s